Spellingwijzer A-Z

Natuurlijk schrijven we volgens de regels van de Nederlandse spelling. Maar daarnaast blijft er nog van alles te kiezen. De basisregel is: kies de soberste optie.

Aanhalingstekens bij citaten

Om een rustiger tekstbeeld te bereiken, is afgesproken om bij citaten enkele aanhalingstekens te gebruiken. Staat er binnen een citaat een woord dat of zinsnede die accentuering behoeft, gebruik dan italic of dubbele aanhalingstekens.

Afkortingen

Algemene afkortingen
In lopende tekst algemene afkortingen (bijvoorbeeld bijv., m.a.w., zgn., e.d., o.a.) uitschrijven. Overigens zijn hier ook weer uitzonderingen op. Zo worden dateringen weer niet uitgeschreven, bijvoorbeeld ‘ca. 1900 v. Chr.’. Deze afkorting is standaard geworden. Vermijd enz., gebruik liever: en dergelijke.

Wel LEI, niet UL
Afkorting Universiteit Leiden = LEI (géén UL). De lijn is echter: niet afkorten tenzij in interne stukken of bijvoorbeeld in notities/verslagen van interuniversitaire werkgroepen. Nooit in officiële stukken en nieuwsartikelen op de website.

Afkortingen als zelfstandige begrippen
Schrijf afkortingen die een zelfstandig begrip zijn geworden met kleine letters: aio, hbo, vwo.

Voorletters of voornaam
De cultuur bij de Universiteit Leiden is vrij informeel. We gebruiken dus, ook voor professoren, de voornaam in plaats van de initialen, eventueel in combinatie met de titulatuur. Alleen in officiële stukken worden de voorletters gebruikt. In ieder geval geldt: kies voor een bepaalde uitgave een lijn en wees daarbinnen consequent.

Organisaties die bekend zijn onder hun afkorting
Afkortingen van organisaties gebruiken zoals de betreffende organisaties dat zelf doen (het zijn eigennamen), bijvoorbeeld CML en LUMC. Punten komen in afkortingen niet vaak meer voor, maar ze zijn er nog wel, bijvoorbeeld T.W.I.S.T., de studievereniging van de opleiding Taalwetenschap en M.F.L.S., de studievereniging van Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen.

Uitschrijven van afkortingen
Afkortingen de eerste keer uitschrijven, met de afkorting er tussen haakjes achter. Gebruik daarna de afkorting in de lopende tekst. Doe dit bij voorkeur niet in koppen en intro’s, die moeten zo kort en bondig mogelijk zijn. Probeer daar de afkorting te vermijden.

Op de nieuwssite en in de nieuwsbrief van de Universiteit Leiden is ervoor gekozen om sommige afkortingen niet meer uit te schrijven. Voorbeelden daarvan zijn LUMC, NWO en KNAW. De UMC’s zijn landelijk een begrip geworden, en NWO en KNAW komen zo vaak voor in onze publicaties dat men ze als bekend mag veronderstellen. Dit is een pragmatische beslissing geweest, ook omdat de uitschrijvingen zo lang zijn. Dan liever - als het om een webpagina gaat - onderaan de uitgeschreven naam + afkorting met daaronder een link.

Bijschriften/onderschriften

Of u wel of niet een punt achter een bijschrift/onderschrift zet is een kwestie van kiezen. Maak per uitgave een keuze en houd die consequent vol. In geval van lange bijschriften/onderschriften ligt de keuze voor afsluiting met een punt voor de hand, bij korte bij- en onderschriften, bijvoorbeeld uitsluitend de naam van een persoon of gebouw, kan de punt vervallen. De opties die u hebt zijn: overal een punt, nergens een punt of een punt na een hele zin en geen punt als het onderschrift geen hele zin/een korte aanduiding is (criterium: er staat geen werkwoord in).

Cijfers, getallen en percentages

De officiële regel is dat we cijfers van één tot en met twintig uitschrijven en verder alle ronde getallen: vijftig, honderd, duizend, vijfhonderd. Het aantal ects schrijven we altijd in cijfers. Cijfers vallen op in een tekst en verstoren een rustig tekstbeeld. Dat is reden om ze zoveel mogelijk uit te schrijven. Maar soms kan dit juist aanleiding zijn om dat niet te doen. In een juridisch of financieel getint tekstje, bijvoorbeeld over in- en uitschrijving of collegegeld is het verkieslijk om bijvoorbeeld termijnen (3 maanden, 6 weken) of bedragen met een cijfer te schrijven. In deze context juistomdat ze opvallen in de tekst.

Lelijk is: De scores lagen tussen de vijf en de 23 procent. Dan toch maar liever de vijf schrijven als 5.

Percentages
In lopende tekst % uitschrijven als procent is zeker in webteksten aan te raden. Percent is ook correct maar maak een consequente keuze voor het ene of het andere woord.

College van bestuur, raad van toezicht, universiteitsraad, faculteitsraad, dienstraad

Begrippen/woorden als college van bestuur, raad van toezicht en minister schrijf je officieel met een kleine letter. In de stukken van de universiteit zie je College van Bestuur, Raad van Toezicht en Universiteitsraad toch vaak met een hoofdletter staan. Dit hoofdlettergebruik is van oudsher een manier om respect uit te drukken. Maak een keuze en wees daar dan consequent in.

Cursiveringen

Wat schrijven we cursief:

  • Titels van boeken
  • Krantennamen
  • Niet ingeburgerd Engels (ingeburgerd zijn bijvoorbeeld online, e-mail en voicemail).

Cursivering alleen de eerste keer dat je het woord gebruikt.

Engels, gebruik van

Voor richtlijnen voor en hulp bij het gebruik van het Engels en voor het zoeken van een vertaler is er deze webpagina over Engelstalige terminologie.

Hoofdletter of kleine letter?

Faculteiten
Het woord ‘faculteit’ krijgt een hoofdletter in constructies als Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen. Rechtenfaculteit krijgt ook een hoofdletter. Verwijs je, zoals in: De faculteit gaat hierin mee, gebruik dan een kleine letter. De officiële benaming van de faculteiten is met ‘der’, in teksten wordt dit ’der’ meestal weggelaten.


Opleidingsnamen
Opleidingsnamen krijgen een hoofdletter. Specialisaties, tracks en afstudeerrichtingen ook.

Vakken
Vakken met een hoofdletter: Inleiding in de psychologie.

Hbo en wo
Hbo en wo schrijven we met kleine letters, met een beginhoofdletter aan het begin van een zin.

Regelingen, taakgroepen, stuurgroepen
Taakgroep valorisatie en impact op de samenleving, Regeling bindend studieadvies, Branchecode goed bestuur universiteiten, Stuurgroep onderwijskwaliteit Hetzelfde geldt voor projectnamen, titels van onderzoekspublicaties, profileringsgebieden en leerstoelomschrijvingen.

Eigennamen
PraktijkStudies, Leids Universiteits Fonds, Sterrewacht zijn weliswaar volgens de regels van de spelling fout zijn, bij het kiezen van namen geldt een grote vrijheid. Let op bij Sterre(n)wacht: als het onze eigen Leidse Sterrewacht betreft, is het een eigennaam en die schrijven we nog steeds zonder tussen-n. Als het gaat over sterrenwachten in het algemeen, staat die tussen-n er dus wel.

Afkortingen
Afkortingen die een zelfstandig begrip zijn geworden, bijvoorbeeld aio en havo, schrijven we met kleine letters, als een woord (officiële spellingregel).

Inspringen aan het begin van een nieuwe alinea

Niet inspringen, dit geeft een wat onrustige bladspiegel en is geen huisstijl. Liever een extra witregel.

Koppen

Drukwerk
De hoofdstukkop krijgt een cijfer. Voor het aanbrengen van gelaagdheid géén cijfers (1.1, 1.2, 1.2.3) gebruiken. Dat ziet er formeel en ouderwets uit. U kunt een hoofdstuk ook gelaagdheid geven met behulp van Bold en Italic. Dat geeft een rustige bladspiegel.


Webpagina’s
Tussenkopjes maken het makkelijker om snel een indruk te krijgen van de tekst. Zorg er dus voor dat de kopjes betekenisvol zijn en de lading van de alinea zo goed mogelijk dekken.

Lettertypes

Het voorgeschreven lettertype voor de platte tekst in drukwerk (de zogenoemde broodletter) is Minion. In de koppen kan het lettertype wel weer worden gevarieerd. De lettertypes op onze website worden bepaald door ons contentmanagementsysteem.

Opsommingen

Puntkomma’s aan het eind?
Officieel horen in een opsomming puntkomma’s, ook als de lemma’s onder elkaar staan. Maar als deze slechts uit een of enkele woorden bestaan, heeft het de voorkeur de puntkomma’s weg te laten vanwege het rustiger beeld dat zo ontstaat. In dat geval kan ook de punt aan het einde vervallen.

In beeldschermteksten gebruiken we nooit puntkomma’s en punten in opsommingen.

Bolletjes of streepjes?
Voor wat betreft drukwerkteksten raden we aan om bolletjes of streepjes te gebruiken. Geen van beide heeft de voorkeur en een ander teken kan eventueel ook. Gebruik geen opsommingstekens die zo opvallen zijn dat de aandacht afleiden van de inhoud. Maak een keuze voor een bepaald opsommingsteken en voer dat consequent in uw tekst/uitgave door.

In onze webteksten bepaalt het contentmanagementsysteem welke opsommingstekens verschijnen.

Punt of geen punt

Web- of e-mailadres
Zet aan het eind van een zin die eindigt met een web- of emailadres gewoon een punt. Web- en e-mailadressen zijn inmiddels zo ingeburgerd dat elke internetgebruiker weet dat deze nooit eindigen op een punt.

Punt na een bij- of onderschrift
Zie bijschriften/onderschriften

Titulatuur
Prof.dr.mr. met puntjes en zonder spatie(s) ertussen. Geen hoofdletters in de titulatuur tenzij bijvoorbeeld aan het begin van de zin. PhD schrijf je zonder puntjes tussen de letters.

Voorletters
Aan elkaar met puntjes, zonder spaties: A.S.J. de Vries. Daarna een spatie.

Afkorting als naam
Punten in namen van bedrijven en instellingen die feitelijk een afkorting zijn, zijn in de loop van de tijd weggestreept. Bijvoorbeeld NWO, Ministerie van OCW (hieruit is zelfs het woordje ‘en’ verdwenen). Maar ze zijn er nog bijvoorbeeld T.W.I.S.T., de studievereniging van de opleiding Taalwetenschap en M.F.L.S., die van Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen. Dit zijn eigennamen en die worden geschreven zoals een organisatie of bedrijf ze zelf schrijft.

Spatie

  • In sommige talen staat voor en achter een schuine streep een spatie. In het Nederlands niet.

  • 2015-2020 ook zonder spaties.

Telefoonnummers

De schrijfwijze van telefoon- en faxnummers is:

  • 071 527 3346
  • 06 11 31 7563
  • +31 71 527 3346

Tussen-s

Hoewel de tussen-s er een tijdje uit is geweest (bijv. onderzoekscholen) wordt hij steeds vaker weer wel gebruikt. Om inconsequenties te voorkomen raden we aan om terug te gaan naar het onderzoeksonderwerp, het onderzoeksinstituut en de onderzoeksschool. Wilt u de tussen-s toch achterwege laten, houd dat consequent vol op de website/in het document.

Titulatuur

Geen hoofdletters in de titulatuur (ook niet in de afkortingen), tenzij er een andere reden is om een hoofdletter te gebruiken, bijvoorbeeld aan het begin van een zin. Evenmin een hoofdletter gebruiken als een titel in een lopende tekst voorkomt, bijvoorbeeld ‘De onderscheiding ging naar prof.dr. Jansen’. Vicerector, voorzitter, rector magnificus en decaan: niet met een hoofdletter. Minister en koning krijgen ook geen hoofdletter. De schrijfwijze van de titel PhD wijkt enigszins af: de eerste en laatste letter van de afkorting zijn een hoofdletter.

Het weglaten van de spaties voorkomt dat titulatuur aan het eind van een regel wordt gesplitst. Bij gebruik van een functieaanduiding als ‘professor’ of ‘hoogleraar’ kan de precieze titulatuur achterwege blijven aangezien die als het ware al ingebakken zit in die functieaanduiding. Voor de titel PhD kiezen we de Engelse schrijfwijze, dus zonder puntjes.

Bachelor en master
Schrijf bachelor en master (en alle afleidingen, zoals masteropleiding en bachelortitel) met een kleine letter, tenzij het een persoon betreft. Dan een hoofdletter gebruiken. Voorbeeld: ‘De Amsterdamse Bachelor schreef in Leiden in voor een masteropleiding.’

U/jij/wij

Als een doelgroep direct moet worden aangesproken (bijvoorbeeld bij een call to action, gebruik dan ‘jij/je’ voor scholieren en studenten en voor het overige ‘u’. Het gebruik van ‘we/wij’ past in de schaal van informeel naar formeel: hoe formeler een tekst hoe minder ‘we/wij’ gebruiken.

Wollige/ambtelijke voorzetseluitdrukkingen

Vermijd deze zo mogelijk. Soms helpt het de zin om te gooien of te herschrijven.

  • In het kader van → over, voor
  • In verband met → vanwege
  • Met betrekking tot → over
  • Ten behoeve van → voor

Laatst Gewijzigd: 30-11-2016